O Duryodhana met het boosaardige verstand, ik wens al deze koningen hier verzameld in dit leger te aanschouwen, die vol strijdlust zijn en verlangen te doen wat u behaagt in deze oorlog.
**Toelichting:** Door Duryodhana ‘boosaardig verstand’ te noemen, geeft Arjuna aan dat deze Duryodhana tot nu toe vele soorten listen heeft gesmeed om ons te vernietigen. Hij heeft vele pogingen gedaan om ons te beledigen. Volgens wet en rechtmatigheid hebben wij aanspraak op de helft van het koninkrijk, toch wenst hij zelfs dat te usurperen en is hij onwillig het te geven. Zo is zijn boosaardige verstand; en deze koningen die hier gekomen zijn, verlangen te doen wat hem behaagt in deze oorlog! Waarlijk, het is de plicht van vrienden om zulke handelingen te verrichten en zulk advies te geven waarmee het welzijn van hun vriend in deze wereld en het hiernamaals verzekerd wordt. Maar deze koningen, in plaats van Duryodhana’s boosaardige verstand te zuiveren, wensen het verder aan te wakkeren. Door Duryodhana te laten vechten en door hem in de oorlog bij te staan, wensen zij slechts zijn ondergang te bewerkstelligen. De implicatie is dat zij niet eens overwegen wat Duryodhana’s werkelijke welzijn uitmaakt; op welke wijze hij het koninkrijk zou verkrijgen, en op welke wijze zijn hiernamaals in orde zou komen. Als deze koningen hem hadden geadviseerd, zeggende: “Broeder, houd tenminste de helft van het koninkrijk voor jezelf en geef de Pandava’s hun helft,” dan zou Duryodhana de helft van het koninkrijk hebben behouden en zou zijn hiernamaals ook in orde zijn gekomen.
“Laat mij hen zien die hier verzameld zijn, vol strijdlust.” Laat mij slechts deze zien die zo ongeduldig zijn voor de strijd! Zij hebben de kant van onrechtvaardigheid en ongerechtigheid gekozen; daarom zullen zij niet voor ons kunnen standhouden en zullen zij vernietigd worden.
De implicatie van “vol strijdlust” is dat hun geesten vervuld zijn van buitensporig verlangen naar oorlog. Dus, laat mij zien wie deze mensen zijn.
**Verband:** Nadat Sanjaya Arjuna zo hoorde spreken, beschrijft hij in de volgende twee verzen wat de Heer deed.
★🔗