【Woordbetekenissen】अथ (Atha) - maar, चेत् (Chet) - als, त्वम् (Tvam) - jij, इमम् (Imam) - deze, धर्म्यम् (Dharmyam) - rechtvaardige, संग्रामम् (Sangramam) - oorlog, न (Na) - niet, करिष्यसि (Karishyasi) - zult voeren, ततः (Tatah) - dan, स्वधर्मम् (Svadharmam) - je eigen plicht, कीर्तिम् (Kirtim) - roem, च (Cha) - en, हित्वा (Hitva) - verzaakt hebbende, पापम् (Papam) - zonde, अवाप्स्यसि (Avapsyasi) - zul je op je laden.
【Commentaar】De Heer herinnert Arjuna aan de roem die hij al had verworven en die hij nu zou verliezen als hij weigerde te vechten. Arjuna had grote roem verworven door te vechten met Heer Shiva. Arjuna ging op pelgrimstocht naar de Himalaya. Hij vocht met Shiva, Die verscheen in de gedaante van een bergbewoner (Kirata), en kreeg van Hem de Pasupatastra, een hemels wapen.
★🔗