Koning Yudhishthira, de zoon van Kunti, blies op zijn schelp genaamd Anantavijaya; en Nakula en Sahadeva bliezen op hun schelpen genaamd Sughosha en Manipushpaka.
Toelichting: De specificatie "zoon van Kunti" voor Yudhishthira dient hier om het onderscheid aan te geven: Arjuna, Bhima en Yudhishthira zijn de drie zonen van Kunti, terwijl Nakula en Sahadeva de twee zonen van Madri zijn. Door Yudhishthira "de koning" te noemen, wordt geïmpliceerd dat hij vóór hun ballingschap in het woud de koning was van zijn helft van het koninkrijk (Indraprastha), en dat hij volgens de afspraak na twaalf jaar ballingschap in het woud en één jaar incognito leven koning zou worden. Door dit epitheton "koning" te gebruiken, wenst Sanjaya ook te suggereren dat in de toekomst Dharma Raja Yudhishthira alleen de soeverein van de gehele aarde zal worden.
★🔗